De kunst van het rusten is niet makkelijk onder de knie te krijgen.

Hoe moeilijk kan dat zijn, dat rusten, vraag je je af. Gewoon wat chillen in de zetel, lekker doen waar je zin in hebt. Eindelijk rustig een boek kunnen lezen, eindelijk een dag lang Netflix bingen, eindelijk wat flaneren door modemagazines, eindelijk beha-loos in je joggingbroek rondhangen; vele mensen dromen ervan. Ik niet.

Want het wordt iets heel anders wanneer je gedwongen wordt om te rusten. Wanneer het lijf stopt. Wanneer de pijn niet te verdragen is. Wanneer je je zo uitgeput voelt dat je zou willen beginnen wenen.

En het ergste rusten van al: op voorhand rusten. Wanneer ik me wel goed en energiek voel, moet er getemperd worden. “Annelies, overzet u niet.”, “Annelies, zou je dat wel doen?”, “Annelies, hou u in.” Het is ten strengste verboden om over de schreef te gaan. Het probleem is dat ik mijn schreef pas voel als ik er al ver voorbij ben. En dan is de straf direct en onverbiddelijk. Ik reken te hard op mijn omgeving om mijn grenzen te bewaken, ik moet dat dringend zelf leren. Alleen spijtig dat mijn karakter zo tegenstribbelt.

Nu heb ik daar geen last van. Deze dagen ben ik als een kat. Ik slaap wel 14 uur per dag. Maar als ik wakker ben, maak ik het mezelf zo aangenaam mogelijk. Enkele essentials: een goed boek, de telefoon, een notitieboekje voor ideeën of to-dolijstjes, een groot glas water, alle bakjes van de tv en een gezellig dekentje. Voor elke mood is er dan een aangepaste activiteit. Als ik me binnenin energiek voel, maar vanbuiten als een kartonnen doos die door een camion aan flarden gereden is, dan zet ik graag luide muziek op om mee te kelen. Ik kom uit de kast: Marco en Clouseau doen het voor mij. Zin in wegdromen? Een goed boek. Zin in contact? Telefoneren. Zin in leeghoofdigheid? Smartphone. Zin in feel good? Sex and the city.

Rusten. Je moet dat leren.

x

Share: