00.30u ’s nachts en ik ben nog wakker. Dat moet weken geleden zijn. Door de cortisoneboost voel ik mij opgepept -mijn hoofd, niet mijn lichaam. Zweten! Misselijk! Hoofdpijn! Toch altijd gek dat iets wat je beter maakt, je tegelijk ook slechter maakt.

Mijn zenuwpijnen zijn al aan het afnemen, dat is prachtig nieuws. Enkel mijn linkeronderbeen en linkerhelft van het gezicht staan nog in lichterlaaie.

Vandaag zijn er 9 leerlingen van mijn klas op bezoek geweest. Negen 13-jarige jongens en meisjes die ervoor kozen om hun woensdagmiddag te spenderen aan het ziekenbed van hun klastitularis. Helemaal zelf georganiseerd. Het overspoelde me met een warm gevoel. Dat jonge geweld deed me deugd, hun naïviteit pijn. “Mevrouw, kunnen we geen bednet doen  maar dan andersom? We beloven flink ons best te doen en de computer niet dicht te klappen.” “Wanneer kom je terug?” “Ben je na deze baxter genezen?” Ik moest elke vraag negatief beantwoorden. Ik had de tranen in mijn ogen. Ze hadden bloemen bij, een geschenkje, en een kaart met Griekse letters. Maar het mooiste cadeau kwam van een leerling die een stukje leerstof had gemist. Ik ben spontaan beginnen uitleggen en ik voelde me terug even mezelf. Wie had ooit gedacht dat je kon opfleuren van het gebruik van een voornaamwoord?

Toen mijn lieve leerlingen naar huis keerden, voelde ik me verdrietig. Om wat niet kan. Om wat ik mis. Om wie ik mis.

Morgen mag ik naar huis. Nog 1 (slapeloze) nacht, nog 1 baxter en dan kan ik mijn liefsten terug in de armen sluiten. En dan samen, rustig helen.

x

Share: