Paardrijden is geen sport.

Het is meer. Het is een way of life. Een way of life die ik van kindsbeen af volgde. Ik ben opgegroeid in een echte paardenfamilie. Mijn ouders en zus hebben gereden, mijn broer rijdt, mijn andere zus rijdt, mijn schoonzus, mijn tante, mijn nonkel, mijn nicht: een heel achttal dus. En zoals het een goede Van Oost betaamt, reed ik ook. Eerst met een pony, daarna met een paard. Ik deed het graag en veel.

De paarden bepaalden het ritme van onze week. ’s Woensdags verliet ik samen met mijn broer en zussen onze bureautjes in Antwerpen om te gaan rijden. We planden ons huiswerk ernaar. Op vrijdag was het opnieuw van dat en zaterdag gingen we naar d’oefening. Zondag om 6u uit de veren om de benen van mijn paard voor de derde keer te wassen en om met een overvolle camion (heel het gezin Van Oost + de dieren) richting tornooi te vertrekken. Zo zag mijn jeugd eruit.

Het is geen gewone work-out, zo’n ritje op een paard. Als je echt aan het trainen bent, echt bezig bent met je paard, dan draait het rond veel meer. Vertrouwen bijvoorbeeld. In geen enkele andere sport vind je zulke mindfulness als bij het rijden. Je bent je bewust van elke beweging die je maakt, én van elke reactie die daarop volgt van je paard. Bovendien bouw je een vriendschapsband op. Het is toch net wat anders dan de band die je hebt met een tennisracket.

Vorig jaar heb ik mijn vriend verkocht. Ik heb nog proberen rijden, soms met de moed der wanhoop, maar mijn handen en armen werden té onbetrouwbaar. Bovendien kostte het me veel tijd en veel van mijn kostbare energie. Natuurlijk weet ik dat er maar weinig jonge moeders zijn die naast hun gezin en hun werk ook nog een tijdrovende hobby kunnen onderhouden, maar ik weet ook dat het kan. Omdat ik het van heel dichtbij zie. Dan ben ik soms zo jaloers.

Gewoon, omdat ik weet wat ik mis.

De beslissing om mijn paard te verkopen is één van de moeilijkste die ik ooit gemaakt heb. Omdat het geen vrijwillige keuze was. Het was weer iets wat ik moest opgeven door de MS. Ik moest afscheid nemen van mijn hobby. Ik moest afscheid nemen van mijn paard. Ze was bij ons geboren. Samen met mijn vader heb ik haar ter wereld gebracht. Maar ik moest vooral afscheid nemen van een way of life.

Zoals het vaak gaat, mis ik de kleine dingen nog het meest: de zonsopgang die je ziet wanneer je je paard voor dag en dauw gaat halen op de wei. De zenuwen die door je lijf gieren juist voor je de ring in gaat. De voldoening die je voelt na een goede training. Het vlechten van de manen terwijl de afrekening van StuBru opstaat. En vooral: dat allemaal samen doen met familie. Je een deel van het team voelen.

De paarden zijn niet helemaal weg uit mijn leven. Mijn allerdikste vriend staat op stal bij mijn ouders. Ik was 15, hij 3 toen hij bij ons kwam. Nu is hij in de winter van zijn leven. Samen hebben we heel wat uren doorgebracht en met hem heb ik mijn droom om in Z2 te rijden, kunnen waarmaken. Maar dat was allemaal voor de MS.

Soms, als ik een hele goede dag heb, ga ik samen met mijn zus wandelen met Opa Upper.  Dan zit ik met tranen in de ogen. Ik geloof echt dat het lichaam een geheugen heeft. En als dat lichaam van mij op een paard zit, dan komt alles terug. De geur, de vrijheid, het afzien, de euforie. Nu is het al lang geleden dat ik zo een dag had.

x

Share: