Angst

Sinds het begin van deze rollercoaster, heb ik een heel scala aan emoties ervaren. Ik ben verdrietig geweest (‘ik ga onze meisjes zo lang niet zien’), opstandig (‘iedere keer als het goed gaat, fluit MS mij terug’), hoopvol (In het land der blinden), ontgoocheld (‘ik moet mijn leerlingen weeral in de steek laten’), jolig (L.S.), gefrustreerd (De dikke blauwe kaft), radeloos (In dubio) of juist vastberaden (Dank u, vlekje).  Ik ben ook kwaad geweest. Ik ben als een kat beginnen uithalen naar de mensen die ik het liefst zie. Ik heb met zowat iedereen ruzie gemaakt. In plaats van de mensen die mij graag zien dichter te trekken, heb ik ze van me afgeduwd. Het was lelijk. Ik was lelijk.

Gisteren kreeg ik van de hematoloog een mailtje met de voorlopige planning. Er stond o.a. in dat er op 4 januari gestart zal worden met de chemo. 4 januari. Het is vandaag 6 december. ‘Na de feestdagen’ leek nog zo ver, 2018 lag op een veilige afstand, helemaal op een andere kalender. Volgend jaar. Maar niks volgend jaar. 4 januari is binnen 4 weken. Ineens heb ik veel minder noten op mijn zang. Ik bazuinde rond dat ik niet kon wachten tot de behandeling begon. Hoe sneller, hoe liever, hoe rapper ik ervan af ben. Die redenering. De redenering van een buitenstaander.

Toen ik de mail las, sloop er iets nieuws binnen. Iets wat ik hiervoor nog nooit ervaren heb. Ik presenteer u: angst. Angst in zijn meest pure vorm. Pas op, ik ben van nature nogal een bangige. Ik heb heel lang met een lichtje of met een zusje geslapen omdat ik bang was in het donker, ik ben als de dood voor ratten en muizen en alle andere knaagdieren en ik kan alleen naar Tabula Rasa kijken voor 12u ’s middags. Anders durf ik niet meer naar boven, laat staan mijn tanden gaan poetsen voor de spiegel. Maar deze angsten zijn normale angsten. Ik bedoel: angsten voor concrete dingen.

Wat ik nu voel is iets anders. Het is een onbestemde angst. Ik kan mijn vinger er niet opleggen. Ben ik bang voor de pijn? Ja. Ben ik bang voor de chemo? Ja. Ben ik bang dat mijn kinderen mij niet meer gaan kennen? Ja. Ben ik bang dat ik er verschrikkelijk ga uitzien met een kale kop? Ja. Ben ik bang dat N. mij nooit meer aantrekkelijk zal vinden? Ja. Ben ik bang dat het zal mislukken? Ja. Ben ik bang dat ik er slechter uitkom dan dat ik er in ga? Ja. Ben ik bang dat ik zal sterven? Ja. Ik benoem mijn angsten om ze concreet te maken, in de hoop dat ik hen één voor één kan counteren, maar het lukt niet. De angst die ik nu ervaar is groter dan de optelsom van deze angsten. Ik vermoed dat dit is wat ze bedoelen met existentiële angst. Eindelijk begrijp ik waarover dat gaat. Onaangename kennismaking.

Ik ben nochtans nooit bang geweest voor het leven. Dat komt omdat ik mezelf al bij al beschouw als een gelukzak. De MS buiten beschouwing gelaten, gaan alle dingen in mijn leven mij voor de wind. Ga maar na. Buiten met mijn gezondheid, heb ik met alle andere dingen geluk. En als je erop vertrouwt dat je het geluk aan je zijde hebt, dan ben je niet bang voor de toekomst.

Maar nu voel ik de vaste grond onder me wegzakken. Mijn vertrouwen is wankel. Ik kan me met de beste wil van de wereld geen enkele voorstelling maken van mijn leven na de behandeling. Daar is niets. Een leeg gat. En ook al krijg ik massa’s steunbetuigingen en zijn er zoveel lieverds die alles doen om me te helpen, toch voel ik me alleen in mijn hoofd. Het heeft lang geduurd, maar ik ben klaar voor de patrones van de school waar ik in werk. Haar naam is Sint-Rita. Haar cliënteel: hopeloze gevallen.

x

Share: