‘Elk nadeel heeft zijn voordeel’. Dat zegt mijn papa altijd. Heeft ie van Cruijff. Ik was boos op hem toen hij dat zei over mijn ziekte. Want wat kan er nu in godsnaam voordelig zijn aan een chronische zenuwziekte? Wie wilt er het leven dat ik heb? Ik denk dat niemand ervan droomt om dagelijks pijn te hebben, altijd uitgeput te zijn, niet te kunnen zorgen voor je eigen kinderen en ga zo maar door.

Mevrouw Stay positive is de laatste tijd wat uit haar lood geslagen. Ze is de pedalen kwijt. Straks moet ze de naam van haar website nog veranderen. Ik hoor het u zo denken. Maak u geen zorgen. Ik zie het licht nog. In feite,  nu ik zoveel tijd in mijn zetel doorbreng, heb ik de kans om uitgebreid na te denken over het leven in het algemeen en dat van mezelf in het bijzonder. En ik moet toegeven: mijn vader heeft gelijk. Er is een voordeel aan mijn ziekte. Ik heb namelijk een aantal lessen geleerd en conclusies getrokken die normaal gezien alleen de jaren kunnen brengen. Mijn ziekte heeft dit versneld. Genereus als ik ben, wil ik graag mijn inzichten met u delen. Hier gaan we.

ik geniet van de kleine dingen

Om maar te beginnen met een huizenhoog cliché: ik kan genieten van de kleine dingen. En met klein bedoel ik echt mini. Wat voor mijn ziekte vanzelfsprekend was, is dat nu niet meer. Een dag waarop ik me energiek voel bijvoorbeeld. Een dag waarop ik mijn spontane natuur kan volgen en kan meedoen aan onverwachte activiteiten zonder bang te zijn voor de weerbots. De meeste kleine dingen hebben met zelfstandigheid te maken. Met de auto rijden bijvoorbeeld. Als ik me goed genoeg voel om met de auto te rijden, dan ben ik superwoman. De vrijheid dat ik zelf kan kiezen waar ik me bevind, was vroeger vanzelfsprekend, nu niet meer zo. Of iemand anders helpen. Dat is een plakker op je ziel. Gisteren heb ik bij mijn zus een Ikea-lamp in elkaar gezet (5 minuten werk) en ik voelde me zo blij als een klein kind. Omdat helpen altijd fijner is dan geholpen worden. Het grootste plezier vind ik erin als ik zelf voor de meisjes kan zorgen. Als ik hen op woensdagmiddag alleen eten heb gegeven, bijvoorbeeld. Dan heb ik zó een voldaan gevoel. Dan ben ik dankbaar voor de dingen die ik wel nog kan.

ik vermijd negatieve mensen

Mensen die mij naar beneden trekken, of mensen die met mijn energie gaan lopen, laat ik links liggen. Het klinkt cru, maar het helpt echt. Dit is geen pleidooi voor onvriendelijkheid, verre van. En ik bedoel ook niet dat ik niet wil luisteren naar iemand met ‘kleinere’ zorgen. Mits dat entertainend wordt verteld, is er geen enkel probleem. Daarbij, het leven is geen wedstrijdje in miserie. Maar als er iemand tegen mij ongeïnspireerd begint te zagen over iets futiel of zomaar negatief begint te doen, breek ik het gesprek simpelweg af. Ik heb mijn energie nodig voor andere mensen.

ik doe enkel activiteiten waar ik zelf iets aan heb

Ik moet heel erg goed nadenken over welke activiteiten ik doe. Volgens de lepeltjestheorie moet ik erg goed opletten waaraan ik mijn lepeltjes spendeer. Soms kom ik, mits een goede spreiding, toe met mijn lepeltjes tot het einde van de dag. Maar soms gebeurt het dat ik opsta zonder ook maar één lepeltje. Dan ga ik zelfs in het rood als ik mijn kleren aantrek. En dan heb ik een pyjamadag zoals vandaag. Het heeft me veel tijd gekost, en ik ga soms nog in de fout, maar ik durf toch al eens vaker egoïstisch te zijn en aan mezelf te denken. Ik maak de afweging: kost deze activiteit me meer energie dan ik er terug uit haal? Dan doe ik het niet.

ik leer mezelf kennen

Mijn grootste valkuil is dat ik de neiging heb om mensen te entertainen. Babbelen gaat me van nature goed af, ik praat tegen alles wat een hartslag heeft. Dat is iets genetisch. Of ik ze nu ken of niet, ik probeer mensen altijd een goed gevoel te geven. De eeuwige pleaser. Ik maak grapjes, ben vrolijk, en relativeer mijn problemen tot ze niet meer bestaan. Ik besef nu dat ik daarmee afbreuk doe aan de ernst van mijn situatie. Als ik na iedere zwaardere mededeling een luchtig grapje maak, hoe kan ik dan verwachten dat mijn gesprekspartner beseft hoe serieus ik lijd onder die MS? Ik moet leren dat ik niet altijd de toffe moet zijn. Niemand verwacht dat. Ik moet leren dat het gesprek niet altijd door mij bepaald of getrokken moet worden. Zwijgen is ok. Maar leg dat maar eens uit aan een Van Oost. (en zo doe ik het weer)

ik leer mijn grenzen kennen

Dit is voor alle enthousiaste, optimistische en (mentaal) energieke mensen het moeilijkste wat er bestaat. ‘Je moet je grenzen bewaken’, zeggen ze. Dan moet je natuurlijk wel eerst je grenzen weten liggen. Dat komen de meeste mensen pas te weten wanneer ze er eens flink over zijn gegaan. Dan zegt het hoofd stop, vaak samen met het lichaam. Dat is bij alle mensen zo, ziek én gezond. Maar sommigen zijn hardleers. De schrijfster van deze blog, bijvoorbeeld. Die blijft maar dezelfde fout maken. Te lang willen volhouden, niet willen weten van opgeven, ook al zijn de signalen overduidelijk. En dan crasht ze. Ondertussen al 7 keer. En ik heb besloten dat dit de laatste keer was. Dat ik vanaf nu veel vroeger op de rem ga staan, in de hoop dat het iets uithaalt natuurlijk. Want met die MS weet je nooit.

ik probeer te handelen naar mijn prioriteiten

Iedereen pretendeert dat hij heel goed weet waar zijn prioriteiten liggen, maar weinigen handelen er ook naar. Ik heb altijd beweerd dat mijn gezin op de eerste plaats komt. Man en kinderen eerst, zonder twijfel. En toch besef ik nu dat ik al lang voordat de neuroloog mij aan de baxters legde, ik geen tijd of aandacht of energie meer had voor mijn liefsten. Al enkele weken stond ik op overleef-modus. Opstaan, gaan werken, thuiskomen, rusten en slapen om de volgende dag terug voor de klas te kunnen staan. Mijn meisjes zette ik voor tv als ze thuiskwamen van school, N. deed alles alleen terwijl ik sliep in de zetel. Ik heb veel meer aan mijn leerlingen gegeven dan aan mijn eigen kinderen. Dit is geen plezante conclusie. Het was slikken toen ik de dingen duidelijk zag. Zelfonderzoek is zelden aangenaam.

ik leer mezelf liever zien

Ook al haat ik mijn lichaam hartstochtelijk (enkel de bedrading, over de carrosserie zijn er geen klachten), ik ben blij met wie ik ben. Ik voel me gezegend met mijn open en positieve instelling, die ik -aangeleerd of geërfd- volledig aan mijn ouders te danken heb. Ik probeer complimenten te aanvaarden en mezelf er dagelijks ééntje te geven. Dat werkt. Echt. Mijn motto is: ‘Je hebt jezelf altijd bij, dus je kan er maar beter voor zorgen dat je aangenaam gezelschap bent voor jezelf.’

Je ziet, Mevrouw Stay positive is niet alleen een blogster, maar ook een halve filosoof. Net omdat mijn leven soms op pauze wordt gezet, heb ik de kans om stil te staan. Ik moet wel. En eens ik stop met daartegen te vechten, kan ik ook wel het mooie ervan inzien. Ik denk dat er bijvoorbeeld niemand het gezelliger heeft dan ik nu, met de kerstboom links van mij, het mooie sneeuwtapijt rechts, het haardvuur dat knettert en de laptop op mijn schoot. Mijn leven is lang zo slecht nog niet.

x

Share: