Dat had ik nu nooit gedacht. Dat ik het zo erg zou vinden om mijn haar kort te laten knippen. Ik heb zitten wenen in die kappersstoel. Waarom nu al? Die vraag heb ik meermaals gekregen. Wel, naar mijn idee is het verliezen van kort haar minder confronterend dan het verliezen van lang haar.

Ik stel me altijd voor dat als mijn haar begint uit te vallen, ik het dan de eerste keer zal merken ’s morgens, wanneer ik opsta. Misschien heb ik dat ooit ergens gelezen of gehoord, dat doet er niet toe, zo is het hoe ik het mij voorstel. En geef nu toe: als je moet kiezen om daar lange lokken te zien liggen op je kussen of wat korte pluisjes, dan kies je toch voor het laatste? Dus besloot ik om er korte metten mee te maken en dat pijnlijk moment voor te zijn. Ik vond dat een strak plan. Bovendien wilde ik mezelf en mijn omgeving al wat laten wennen aan mijn toekomstige coupe chemo.

Ik ben geen beautyqueen die ’s ochtends een uur voor de spiegel staat om haar haar te stylen. Ik ben niet zoals mijn zus, die zelfs haar stijltang meeneemt naar Werchter. Verre van. Mijn visie was altijd: ligt het goed, dan mag het los. Ligt het niet goed? Dan maak ik een rommelige dot of steek ik het rap omhoog met een speld. Klaar. Twee minuten werk. Ik heb geen speciale relatie met mijn haar. Ik ga een paar keer per jaar naar de kapper, gebruik conditioner wanneer ik het was, maar daar stopt het. Ik voel er geen affectie voor.

En toch had ik mijn verdriet moeten zien aankomen. Ik heb al heel mijn leven (semi)lange lokken. Het is gewoon een deel van hoe ik eruit zie en dus ook van wie ik ben. Bovendien is de keuze om mijn haar af te knippen niet echt een keuze. In andere omstandigheden zou er geen haar op mijn hoofd aan denken om zo kort geknipt te willen worden, maar nu zal ik mijn haar toch sowieso verliezen. Willen of niet. Vroegtijdige knipbeurt of niet. De geschatte datum van mijn coupe Britney-Spears-in-haar-slechte-periode ligt rond 20 januari, drie weken na mijn eerste chemokuur.

Dus ik typte in Google ‘kort kapsel lang gezicht’ en daar zag ik een waslijst van toffe, hippe kapsels. Uiteraard van toffe, hippe mensen. Mensen die duidelijk geen chemokuur voor de boeg hebben. Maar ik rechtte mijn rug en deed wat ik voelde dat ik moest doen: ik ging naar de kapper, met de afbeelding op mijn telefoon.

Mijn schoonzus en hartsvriendin gingen mee. Ik wou niet in een bomvol kapsalon belanden, dus we hadden gekozen voor een kapster die thuis werkt. De feel van een kapsalon, maar wel met de privacy die nodig was voor deze onderneming. Dat had ik dan toch tenminste goed ingeschat. Oef. Nerveus giechelend en veel te opgewekt taterend -zoals dat vaak gaat in ongemakkelijke situaties- begonnen we eraan. Het is te zeggen, de kapster begon eraan.

‘Dat vind je wel leuk zeker, zoveel haar afknippen?’, is maar één van de ongepaste opmerkingen die ik heb gemaakt. De kapster lachte vriendelijk naar mij en was zo wijs zich te onthouden van alle commentaar. Ik voelde me meteen slecht. Ik had een onbehaaglijk gevoel, mijn maag lag in de knoop en ik was zenuwachtig. Dan maakt een mens al eens een slechter grapje. Ik wees mezelf constant terecht. ‘Het is maar haar, Annelies, dat groeit terug.’  ‘Dit is het minst erge van alles wat je nog te wachten staat, dus komaan, Annelies, niet flauw zijn.’ ‘Je bent niet zoals Samson uit de bijbel. Je kracht wordt heus niet weggeknipt samen met je haar.’

Ondanks deze uitstekende peptalk aan mezelf, brak het koud zweet me uit toen ik mijn lokken zag neerdwarrelen. In het begin was alles wat wazig (ik had mijn bril afgezet), maar toen duidelijk werd hóe kort mijn hip kapsel wel was, stroomden de tranen samen met mijn haren naar beneden. K. zag het en hield mijn hand vast. En zo zaten we daar. Eindelijk stilgevallen, met natte ogen en gesmoorde snikken.

Het drong tot me door. Dit is het eerste fysieke teken aan de wand. Voor mij is dit de veruitwendiging van mijn ziekte. Eindelijk past mijn uiterlijk bij mijn innerlijk. Nu zie ik eruit hoe ik mij al jaren voel. Gekortwiekt.

Toen ik thuiskwam, overlaadde N. mij met complimentjes. Die lieve schat. Was hij dan vergeten dat hij hyperkorte kapsels niet mooi vindt bij vrouwen? Dat had hij mij ooit eens gezegd, lang geleden, in gezondere tijden. En natuurlijk onthou je deze futiliteiten.

Bij mij ziet hij kort haar wel graag. Hij meent het. Ik weet dat hij het meent want N. is niet in staat om te liegen. Alleen weet hij niet dat hij mijn haar verwart met mijn persoon. Maakt niet uit, ik ben sowieso een gelukzak.

x

 

Share: