Eergisteren kon ik niet slapen. Ik lag te woelen in mijn bed en ik werd overvallen door een paniekerig gevoel. Flarden van gesprekken, beelden van ziekenhuiskamers en allerlei to-do’s spookten door mijn hoofd. Ik vond mijn uit-knop niet. Zelfs mijn beproefde ademhalingsoefeningen hielpen geen knijt. Dat hoofd van mij denderde maar voort. Hoe meer ik dacht ‘ik moet slapen, ik moet uitgerust aan de start verschijnen’, hoe onrustiger ik werd. Ik heb dan maar mijn nachtlampje terug aangeknipt en heb nog tot 2u ’s nachts liggen lezen. Ik voel mee met de mensen voor wie dit dagelijkse kost is.

Gisteren heb ik het slimmer aangepakt. Ik ben ‘De Slimste Mens: het gezelschapsspel’ gaan spelen bij mijn zusje T. Niets kan me zo ontspannen dan een potje gewedijver. Twee uur lang bestond de toekomst niet, ik had geen tijd, ik moest mij het hoofd breken over welke nu weer de 10 bekendste hits van Elvis Presley waren en welke kernwoorden er pasten bij Yasser Arafat.

Vanavond heb ik nog een laatste nieuwjaarsfeest, bij mijn lieve en rustige schoonfamilie. De laatste onderdompeling in huiselijke warmte, vooraleer ik me in de koude en steriele wereld van het ziekenhuis stort. Het mag gaan beginnen nu. Nu de magische grens van Nieuwjaar overschreden is, lijken de dagen eindeloos. Ik voel me rusteloos en opgejaagd. Genieten lijkt een gebod, waardoor het dus niet meer lukt. Niemand kan op commando genieten. Het is net zoals bij slapen. Hoe harder je het probeert, hoe minder het lukt.

Om nu te zeggen dat ik sta te popelen om chemo te krijgen, is wat kort door de bocht, maar ik kijk er wel naar uit. Iets doen is gemakkelijker dan niets doen. Morgen om 9u zit ik bij de neuroloog, voor een laatste onderzoek in het kader van mijn voor-en-na-project. Om 10 ga ik naar de cardioloog, daarna krijg ik een katheter. Dan volgt de toediening van de chemo. Ik blijf tot vrijdag in het ziekenhuis. Dit is fase 1 van de hele onderneming.

Georganiseerd als ik ben, had ik al weken van tevoren een soort bucketlist gemaakt. In dat lijstje stonden allerlei activiteiten die ik nog wou doen vooraleer de therapie begint. Geen zotte toeren natuurlijk. Er stond geen wereldreis gepland, ik heb ook geen instrument leren bespelen. Alleen maar gewone, alledaagse en haalbare dingen. Lees even mee:

  • een weekend naar zee met N. (was heerlijk, maar hebben we vooral in bed doorgebracht)
  • met de dochters naar de cinema (Coco is een aanrader!)
  • naar het museum met K. (naar de werken van Richter gaan kijken vanuit de rolstoel; een nieuwe ervaring)
  • naar de wellness met H. en H. (hapjes proberen pakken vanuit het zwembad met geribbelde vingertoppen is geen sinecure)
  • naar Jumping Mechelen, gaan supporteren voor G. (G. moest niet rijden, in de plaats hadden we een gezellige girlstalk. Het correct aanbrengen van eyeliner was maar één van onze gespreksonderwerpen.)
  • naar de juwelenavond met collega’s die eigenlijk eerder vriendinnen zijn (heb je mijn oorbellen gezien op tv? Die zijn dus van toen!)
  • op bezoek gaan bij mijn lieve leerlingen van 2GL
  • gaan wandelen met mijn paard samen met mijn zus T. (we kozen een slechte dag; het waaide heel hard. Toch was mijn anders zo schrikachtige vos nu zo mak als een lammetje. Dieren voelen, dat is een feit.)
  • mijn oude vrienden zien (gewoon beginnen babbelen alsof we elkaar elke dag zien, terwijl de één in Parijs woont, de andere in New York, en de laatste helemaal in Berchem)
  • de baby vasthouden van mijn zus D. (dat werkt altijd, een klein bundeltje leven in je armen hebben)

Je hebt het al door. Deze activiteiten waren gewoon een excuus om tijd door te brengen met mensen die mij nauw aan het hart liggen. Mijn bucketlist bestond dan ook niet uit activiteiten, maar uit mensen. Schatten van mensen. Ik ben zó blij dat ik dit allemaal nog gedaan heb. Zonder tranen, zonder weemoed, zonder pathos. Ik doe niet aan pathos, mijn omgeving ook niet. Het was geen afscheid. Het was gewoon leven, maar dan in een intensere dimensie. Ik raad het iedereen aan. Wacht niet tot je ziek wordt.

Nu staat mijn ziekenhuisvalies klaar en heb ik alles op mijn to-dolijstje afgevinkt. Ik ben er zo klaar voor als een mens kan zijn. Ik voel me sterk, zowel in mijn hoofd als in mijn lijf. Ik ben geen slachtoffer, ik ben een kansengrijper. En dat ik mijn kans zal grijpen, daar mag je zeker van zijn.

One, two, three… let’s go!

x

Share: