Deze morgen vertrokken N. en ik gezwind naar het ziekenhuis om te starten met de behandeling. Na die slapeloze nachten was ik blij dat er eindelijk schot in de zaak kwam. D-day! We hebben vandaag heel wat afstand afgelegd in het ziekenhuis met ons tweetjes. Eerst gingen we naar de dienst hematologie, alwaar ik flink mijn voorschriften ging ophalen. Die voorschriften bleken daar niet te liggen, want een ijverige medewerkster had die al naar de desbetreffende dienst gebracht. Check. Daarna zijn we ons gaan inschrijven voor de opname. Het gekende liedje. Vervolgens ging onze reis richting dienst neurologie voor een laatste check-up. 10/10, ik ben hersteld van mijn opstoot. Ik kan geen betere uitgangspositie dan deze hebben. Daarna wandelden we naar de afdeling oncologie-hematologie, mijn tijdelijke verblijfplaats. Had ik al gezegd dat N. gedurende heel dit parcours mijn zware zak meezeulde? Je bent een crossfitter of je bent het niet.

Ik installeerde me in het bed naast een lieve medepatiënte en werd uitgebreid verwelkomd door de hoofdverpleegster. Wat zijn ze hier lief op de dienst! Niet betuttelend, maar oprecht bekommerend en warm. Ik voelde me al helemaal thuis. Ik had mijn Humo nog niet goed opengeslagen of daar kwam mijn eerste visite al: de mannen van de nefrologie, om mijn aders te checken voor de stamcelafname op 15 januari. Weeral 10/10, goed bezig. Meteen daarna kwam er een dame met een lege rolstoel binnenrijden om mijn naar de dienst cardiologie te brengen. N. mocht mee. Een controle van mijn hart. Ik kreeg geen commentaar, dus ik ga ervan uit dat het goed was. Ook geen commentaar over verdere acties, dus N. en ik namen het heft in eigen handen en na talloze omzwervingen door het doolhof dat elk ziekenhuis is, kwamen we terug aan in onze kamer.

Nu was het wachten op de katheter. Dat moest op de recovery gebeuren, en door een anesthesist. N. mocht niet mee deze keer. Ik kreeg een ziekenhuisschortje aangemeten en moest mij ontdoen van al mijn ornamenten. Mijn juwelen had ik al thuisgelaten, maar ik had natuurlijk wel mijn bril en horloge nog aan. Weg ermee, in de schuif! Ik werd in mijn bed vervoerd (wat ik echt de max vind) en werd ergens geparkeerd (wat ik minder de max vind). Ik zou nog even moeten wachten, de anesthesist was er nog niet en er was trouwens nog iemand voor mij.

En toen begon het. Doordat ik mijn bril niet op had, zag ik alles wazig en kon ik geen vormen onderscheiden. Op zich al een ambetant gevoel. Maar dan kwamen er nog eens de geluiden bij. Ik lag op de recovery, dus ik hoorde mensen kermen, ik hoorde mensen overgeven, en ik hoorde ook een klein meisje dat hartverscheurend ‘mamaaaaaaa’ riep. Ik moet u niet vertellen wat dit deed met mijn moederhart. Ondertussen lieten ze mij daar liggen. Ik wist niet wie er verantwoordelijk voor mij was, want ik zag niet welke mensen er rondliepen. Omdat ik een beetje panikeerde, ben ik mijn ademhalingsoefeningen beginnen doen en dat hielp. Een beetje.

Uiteindelijk was het aan mij. Mijn rechterschouder werd ingesmeerd met roze spul, ontsmetting denk ik, en er werd een doek over mijn hoofd gelegd. Alles voor de steriliteit. Toen begonnen ze eraan. Ik voelde een scherpe, stekende pijn, maar dat was nog maar de verdoving. De anesthesist zocht een ader die onder/achter mijn sleutelbeen zit. Dat is bij iedereen zo, bij jou ook. Maar niet bij iedereen zit die ader zo diep. Ik zag dan wel niks, maar ik voelde de sfeer in box 2 verkillen. Na enkele pogingen gaf ze het op en riep ze de opperanesthesist erbij. Weer wachten, weer verdoven. Ik had ondertussen al erg veel pijn. Deze mevrouw klaarde de klus binnen de 5 minuten. Die zit! Oef! Maar door mijn overmatig gezucht en door al dat gewriemel kon het wel zijn dat er een gaatje in het longvlies was gekomen. Nu moeten we een foto nemen. De fotoman had een dringender geval op de intensieve, dus ik moest even wachten. Ze lieten me alleen. En toen heb ik de moed verloren. Ik had zoveel pijn dat ik luidop weende, al mijn inwendige stemmetjes en al jullie kaarsjes ten spijt. Ik dacht echt dat ik dood zou gaan. Ik dacht dat ze recht in mijn hart hadden geprikt. Ik kon niet goed ademen, er lag precies een blok beton op mijn borstkas. Ik wou iemand roepen, maar er was niemand. Of ik zag niemand, beter gezegd.

‘We vinden het heel jammer voor jou.’ Nadat de fotoman weg was, en de foto met de radioloog besproken was (ik lag daar ondertussen nog alleen, bang, met pijn), vertelden ze mij dat er een miniscuul gaatje in mijn longvlies was. Een complicatie. Misschien groeit het vanzelf toe, maar misschien wordt het groter en dan kan er een klaplong van komen. Allé vooruit, waar is Mevrouw Stay Positive als ik ze nodig heb? Ze was verdwenen. Dag 1 van de behandeling, en ze heeft haar biezen al gepakt. Ik kon niks positief denken, ik kon mezelf niet geruststellen, ik was een hoopje ellende en ik had veel zin om met dat kindje mee te doen en heel luid ‘mamaaaaaaa’ te roepen. Ik sprak mezelf streng toe ‘Annelies, komaan, alles gaat voorbij, denk je pijn weg.’ Hielp niet. Dan probeerde ik zacht ‘Je moet niet feller zijn dan nodig is, Annelies, zelfs de sterkste mensen hebben wel eens een dipje.’ Hielp ook niet.

Er was maar één ding dat hielp: terugkomen in mijn kamer en daar N. zien staan met een lieve lach op zijn gezicht, en, je raadt het nooit…mama. Die twee, samen met een stevige dosis pijnstiller in mijn gloednieuwe katheter, was alles wat ik nodig had om te kalmeren.

Morgen wordt er nog een foto gemaakt van die long met dat gaatje erin, en als het niet groter is geworden, mag ik ’s avonds naar huis. Nu druppelt de chemo bij me binnen.

Buiten een wattige kop en een weeïge maag voel ik nog niks. To be continued…

x

Share: