Vandaag was het ouderdag op de school van P. Uitgerekend vandaag. De dag waarop ik voor onbepaalde tijd de meisjes achterlaat, doet mijn jongste dochter mee aan een optreden voor een zaal vol ouders. Je zal het altijd zien. Ik heb een substituut gestuurd: mijn schoonzusje N. was erbij en heeft alles gefilmd. Die filmpjes ontving ik met een mix van enthousiasme en diepgewortelde spijt. Ik voelde ook een beetje woede omdat ik daar niet aanwezig kon zijn. Maar eerlijk is eerlijk: in normale omstandigheden zou ik ook niet aanwezig kunnen zijn want ik geef les op woensdagvoormiddag. Ik zou ook een vervanger moeten sturen. Maar het feit dat vandaag de eerste dag is van een loodzware periode maakt het toch net dat tikje lastiger. P. heeft supermooi gedanst. Het was een liedje over sterren en kometen, lieflijk en sereen. Prachtig. En dodelijk voor mijn nuchterheid. Nu lig ik hier keer op keer die filmpjes af te spelen en rollen de tranen over mijn ogen. Zelfkastijding is één van mijn talenten. Een gezond moederhart zou er al bij inschieten, laat staan een ziek.

Het afscheid gisterenavond en deze ochtend was hartverscheurend, dat kan je je wel inbeelden. Ik heb er niet te veel tamtam rond gemaakt om hen niet aan te steken, maar ik heb nog nooit zo hard op mijn tanden moeten bijten. Dit is zonder twijfel het moeilijkste aspect van heel deze soap. Het onvrijwillig achterlaten van je kinderen is keihard. Het voelt alsof mijn hart nog bij hen is en ik hier alleen met mijn lichaam en mijn hoofd ben. Hen zien op een scherm is maar een erg flauw afkooksel van de echte beleving. Wij knuffelen en kussen veel, om maar iets te noemen. Ik heb van tante M. een digitale fotokader cadeau gekregen waarop N. allerlei foto’s heeft gezet (veelal van zichzelf). Ik heb een afstandsbediening en kan op pauze drukken, teruggaan en vooruitspoelen. Zo kies ik wie er naast mijn bed zit. Ik heb al bezoek gekregen van iedereen die ik graag zie vandaag. Het geeft me moed die foto’s te zien, want live bezoek wordt beperkt tot een absoluut minimum. Kwestie van besmettingen uiteraard, maar ik heb zelf ook enkel behoefte aan mijn eigen mensen. Mijn mama en N. dus, om een kat een kat te noemen.

De goden waren me vandaag voor de rest wel gunstig gezind. Ik heb zelf met de auto naar het ziekenhuis gereden als een laatste daad van vrijheid en om tien voor 8 stonden we op de afdeling van de hematologie. We gingen door de sluis en werden direct opgevangen door de helende handen van verpleger Luke. Deze ging meteen gezwind in de weer met onnoemelijk veel kabels, spuitjes, baxters en ontsmettingsspul, maar sprak aldoor op een kalmerende toon tegen mij. Hij had al rap in het snuitje dat ik graag veel weet. Dus legde hij omstandig uit wat hij allemaal aan het doen was. Dat heb ik graag. Ik vertelde over mijn werk en hij begon over het bakkertje tegenover de school. Ziedaar het begin van het persoonlijke gesprek. Na 10 minuten wist ik dat hij zelf aan meditatie doet en er ook les in geeft (moet wel met zo’n job denk ik), en ik liet hem trots mijn boek zien van Edel Maex. Ik legde hem mijn recente openbaring uit en ook wat ik al geleerd heb. Hij vond dat ik het goed kon uitleggen (daar heeft het nooit aan gelegen), maar hij vroeg of ik er echt in geloofde. Toen had hij mij beet. Ik hoop heel hard op een goede afloop, maar Luke zegt dat hopen twijfel inhoudt. Hij zei me dat ik moest geloven. Hij zei dat dat cruciaal is voor mijn genezing. ‘Stay positive’, liet hij zich ontvallen. Mijn mond viel open. Dit is mijn redder. En zo ontpopte mijn Luke zich tot Lucky Luke. Als een eendje dat juist uit zijn ei komt, heb ik me keihard gehecht aan de eerste die ik zag. Ik wou dat hij 24/7 bij mij was.

Dan was er nog de passage van een lieve assisent-hematoloog. Hij heeft me nogmaals doorheen heel het parcours gepraat, wat ik ten zeerste apprecieerde. Waarschijnlijk zal ik me elke dag een beetje slechter beginnen voelen, met als dieptepunt de dagen na dag 0. Dan is het wachten geblazen op witte bloedcellen. Ik voel een last van mijn schouders vallen. Ik ben hier op de veiligste plek ter wereld, omringd door de beste dokters en verplegers. Waar ik thuis nog veel zorgen had ‘ik mag niet ziek worden’, ‘is die katheter nu niet roder dan gisteren?’, ‘ik moet alles nog regelen voor mijn vertrek’, ‘hoe lang zal ik moeten blijven?’ ‘hoe zullen de kindjes dit alles beleven?’, laat ik me nu wegzakken in de capabele handen van verpleger Luke en zijn collega’s. Ik laat los.

Dag -5: hier had ik naar uitgekeken, hier heb ik nachtmerries over gehad. De dag loopt bijna ten einde en ik durf zeggen: het was een goede dag. Ik heb veel minder hard gereageerd op de chemo dan vorige keer en ook het konijnenspul druppelde dartel naar binnen. Ik heb geen allergische reactie gehad, waar ik bang voor was. Ik heb maar één keer overgegeven. Momenteel voel ik me enkel misselijk en heb ik hoofdpijn. Valt mee. Kan je ook hebben van een avondje stevig stappen. Alleen dat gebroken moederhart is er teveel aan. Nu ga ik slapen. Mijn rolluik is kapot. Maar dat geeft niet, want die sterren en kometen van in P. haar dansje zullen over mij waken. Dat geloof ik. Lucky Luke heeft het gezegd.

x

Share: