Halleluja, terug thuis! Was me dat een euforisch moment. Tante M en mama zijn me uit mijn medische gevangenis komen bevrijden zo snel ik daar weg mocht. Ik moest eerst nog wat bloedplaatjes bijkrijgen, just in case en de ontslagpapieren moesten nog opgesteld worden, je kent dat wel. Ik wist niet waar springen van blijdschap. De zwaarste beproeving van mijn leven lag achter de rug. Ik zou N. terug in de armen kunnen sluiten! In mijn eigen bed slapen, tussen mijn eigen spullen zitten, naar mijn mooi uitzicht achterin de tuin kijken.

Als een dartel veulen kwam ik thuis aan. Ik was blij. Alles was gewoon hetzelfde. Tante M en mama laadden al mijn gerief uit en installeerden me. Ik voelde me zelfs zo fit dat we een miniwandeling zijn gaan maken aan de dijk. Hebben jullie die zon zien stralen vrijdag? Dat was speciaal voor mij. Het voelde zo bevrijdend. Na 17 dagen in dezelfde ziekenhuiskamer, in hetzelfde ziekenhuisbed, met dezelfde ziekenhuisdraden vastgesnoerd. 17 dagen vast. Nu vrij. Ik kon het niet laten een voorzichtige vreugdesprong te maken, daar op de dijk, tussen mijn mama en tante M in. Maar al snel was mijn dartelheid gekelderd en was het enkel nog euforie in de kop. Terug naar huis, de zetel in. Mijn vertrouwde plek. Wachten op de thuiskomst van mijn liefste. Spannend, net een eerste date.

Het was zalig, dat weerzien in onze vertrouwde omgeving. Na oneindig innig geknuffel, zijn we samen in de zetel beland. Ik heb meteen alle afleveringen van Temptation Island gebingewatched. Ik voor de eerste keer, N. voor de tweede keer. Met veel voorpret en smileys in zijn ogen hield hij mijn reacties in het oog. Wanneer hij al stilletjes begon te grinniken of mij ‘onopvallend’ gadesloeg, wist ik dat ik me schrap moest zetten. Dan zat het spel op de wagen. We zijn daarna samen vroeg ons bedje ingekropen en zijn zalig ineenverstrengeld in slaap gevallen. Zoals het een koppel dat elkaar lang niet echt gezien heeft betaamt.

Ik heb onrustig geslapen. Meermaals werd ik wakker en dacht ik dat ik nog in het ziekenhuis lag. ’s Morgens ben ik huilend opgestaan. De euforie was weg. Een grote moedeloosheid en immens verdriet waren in de plaats gekomen. Komt het omdat ik de meisjes nog steeds niet gezien heb? (ondertussen al 19! dagen) P. heeft een groene snotneus, R. hoest – de kans op infectie is te groot. Is het omdat ik uit mijn medisch veilige omgeving ben weggehaald? Bij twijfel of bij pijn, hoefde ik maar op een bel te drukken en iemand met kennis van zaken schoot me ter hulp. Komt het doordat ik abrupt ben gestopt met de xanax en is neerslachtigheid daar een afkickverschijnsel van? Is het omdat ik bang ben iets fout te doen? Ik ben onderworpen aan een erg strikt dieet en moet heel veel maatregelen naleven om infecties te voorkomen. Er zijn de gewone zaken: mezelf elke dag heel grondig wassen en geen tweemaal dezelfde kleding aandoen, een extreme handhygiëne handhaven, het strenge dieet volgen, dus iedere keer op de lijst van de diëtiste gaan kijken. Maar dan zijn er ook nog minder evidente dingen. Zoals dat het haardvuur niet mag branden omdat er schimmels op die houtblokken zouden kunnen zitten. Of dat ik niet in de stallen mag wandelen omdat ik dan schimmels van in het hooi zou kunnen inademen. Ik mag niet naar plekken waar veel mensen zijn (lees: alle leuke plekken); de kans dat er een griepmens rondloopt is te groot. Mijn immuunsysteem is nog te zwak. Ik moet voorzichtig zijn. Ik moet oppassen. Ik moet bang zijn.

Eén ding staat vast: mijn ziel heeft krassen opgelopen in het ziekenhuis. Ik ben daar door een hel geweest. En ik kan dat niet zomaar in 1-2-3 van me afschudden. De wonden zijn te diep. Wanhopig hou ik me vast aan het stramien dat ik in het ziekenhuis volgde. Ik sta elke dag om half 8 op. Dan ga ik mezelf wassen, zoals in het ziekenhuis. Daarna ga ik om 8u eten, zoals in het ziekenhuis. Ik ben er als de dood voor mijn pillen niet of te laat in te slikken. Ik denk continue aan mijn meisjes. Ik mis hen zo. Maar ik ben ook bang dat ze me ziek gaan maken. Ik ben bang van alles. Mijn lichaam doet geen pijn, maar mijn ziel wel. Er hangt een grote wolk boven mij.

Ik zit niet meer in isolatie, maar ik ben wel nog geïsoleerd. De herstelperiode duurt 6 tot 8 maand. Bij het vooruitzicht dat ik deze manier van leven nog zo lang moet volhouden, zakt de moed me in de schoenen. Ik weet wel, het ergste is achter de rug, maar ik ben er nog niet. Ik ben er nog lang niet. Wie dacht dat ik na mijn thuiskomst uit het ziekenhuis er vanaf zou zijn, die heeft wel goed mis gedacht. Er zullen nog zware dagen, weken, maanden komen. En telkens is er maar één antwoord. Leef van dag tot dag. Denk niet te veel aan de toekomst. Leef nu. Kijk naar wat je nu kan. En dat is weeral meer dan gisteren.

x

Share: