Hier hebben ze me voor gewaarschuwd. Het zwarte gat na de behandeling. Ik heb dat zwarte gat deze week tot de bodem leren kennen. Elke ochtend sta ik wenend op en dan volgt er een gevecht tegen dat donkere, zware gevoel. Gek toch, nu het ergste achter de rug is? Dan begint een mens verklaringen te zoeken. Een mens heeft niet graag dat zwart beest in zijn hart. Het is door het afkicken van de xanax! Je bent bang om iets verkeerd te doen/te eten/in te ademen! Het is omdat je je kinderen al 23 dagen niet gezien hebt! Je bent bang om een infectie op te lopen en terug te moeten! Het is omdat je kaal bent! Je hebt een trauma opgelopen, je hebt een posttraumatisch stresssyndroom! Het is een feit dat ik nu pas ten volle besef wat er de laatste maanden allemaal met mij gebeurd is. Want zo voelt het wel aan. Ik heb weliswaar de beslissing genomen om erin te duiken, maar al de rest overkwam mij, en moest ik ondergaan. Nu is er tijd voor reflectie. Ik doe dat niet graag, terugkijken. Maar mijn nachtmerries beslissen daar anders over.

Angst is de overheersende emotie. Ik heb er in het ziekenhuis een nieuwe variant van opgelopen. Eentje die ik tevoren niet kende. Telkens als mijn mama of N. mij kwamen bezoeken, was ik natuurlijk blij hen te zien. Maar al vanaf het moment dat ze de deur opendeden, kon ik aan niets anders denken dan aan het onvermijdelijke afscheid. Het moment dat ze door zouden gaan zonder mij. Mij daar achterlaten. Alleen, met al mijn pijn. Een klassiek geval van verlatingsangst dus. En nu herbeleef ik dat. N. vertrekt ’s morgens naar zijn werk en paniek maakt zich van mij meester. Mijn hart bonst in mijn keel, mijn maag zit in de knoop en ik voel me gewoon verloren. Het is heel donker in mijn hoofd. Dan neem ik alles wat ik in me heb en verplicht ik mezelf aan mijn dag te beginnen. Ik volg nog steeds minutieus dezelfde routine als in het ziekenhuis. Eerst grondig wassen, met dezelfde ziekenhuisproducten en op dezelfde manier. Dan ontbijten, me strikt aan de dieetregels houdend. En dan mijn dag zien te vullen. Net zoals in het ziekenhuis.

Weet je wat ironisch is? Ik voel me fantastisch. Lichamelijk. Ik heb geen zenuwpijnen, de vermoeidheid valt goed mee en ik maak elke dag al een korte wandeling. Tot hiertoe heb ik -hout vasthouden- nog geen infecties opgelopen. Ik voel me in de verste verte niet ziek. Soms denk ik zelfs dat ik al terug zou kunnen gaan werken (zou ik absoluut niet kunnen-maar terughoudendheid is niet mijn stijl). Ik heb enkel goede vooruitzichten. Tot hiertoe heeft het er alle schijn van dat de therapie ‘aanslaat’. Ik heb in ieder geval geen last van mijn MS-dingen. Al bij al is alles heel vlot verlopen. Mijn geschatte ontslagdatum was 20 februari en ik mocht al dagen vroeger naar huis. Ik ben nog geen week thuis en ik kan al meer klusjes in het huishouden doen dan 2 maand geleden. Ik zal binnenkort mijn kinderen zien. Mijn grote droom zal waarschijnlijk in vervulling gaan: een normaal leven leiden, zonder pijn, met energie genoeg voor mijn lieve N., voor vriendinnen, voor te werken, voor op vakantie te gaan, voor op een paard te rijden misschien. Maar vooral zal ik naar alle waarschijnlijkheid eindelijk de actieve, aanwezig moeder kunnen zijn die ik altijd al wilde zijn. Mijn meisjes verdienen dat. Ik verdien dat.

Daarom herhaal ik elke dag tegen mezelf iets wat een goede vriend tegen me zei. ‘Keep your eyes on the prize.’ Alles wat ik doormaakte en alles wat ik nu doormaak heeft maar één doel. Die MS foppen en daarmee mijn kansen op een gelukkiger leven vergroten. Dat is een doel waar ik graag voor vecht. En dat is exact wat ik zal doen.

x

Share: