Het begon vrijdagochtend. Ik was onderweg naar mijn mama om samen met haar mijn dagelijkse wandeling te maken vooraleer we naar de hematoloog zouden vertrekken. Opeens gebeurde het. Zomaar, uit het niets. Ik was aan het zingen. Luidkeels. Every Breath You Take van The Police. Gebeurde dit echt? De kloof is enorm. De laatste weken kon ik niet naar muziek luisteren. Ik werd er ofwel te emotioneel van, ofwel werkte het me op de zenuwen. Ik kon gewoon niks verdragen. Hoezeer ik er ook naar verlangde om tijdens mijn ziekenhuisopname iets anders te horen dan het gezoem en gepiep van mijn baxters, ik kon gewoon niet tegen muziek. Ik had op voorhand met de grootste zorg een leuke playlist opgesteld met liedjes die me normaliter troosten of opvrolijken, maar ik heb hem geen enkele keer opgezet tijdens de isolatie. Eén keer heb ik de radio geprobeerd, maar dat was ook een flop. Het gekwetter maakte me gek. Linde Merckpoel ratelde zo snel dat ik haar zelfs niet kon verstaan. Ongeveer ten tijde van de verkeersinformatie was mijn toppunt van frustratie dan ook bereikt en vloog de radio uit. Dan nog liever het ziekenhuisgezoem.

En nu was ik ineens vrolijk aan het meebrullen. Gedachteloos. Een oude, vergeten, verdrongen gewoonte. Eén en ander had natuurlijk te maken met het vooruitzicht om de meisjes terug te zien. We hadden afgesproken dat we de mening van de hematoloog zouden afwachten vooraleer we een reünie planden. Al 24 dagen had ik hen niet gezien. Eerst omdat ik in het ziekenhuis lag, daarna omdat het infectiegevaar te groot was. De voorbije week woonden de kinderen bij mijn  ouders, 3 km verderop. Ik moet je niet uitleggen hoe hard deze week was voor mijn moederhart. Weten dat ze elke dag 2 keer voorbij ons huis rijden voor school, zien hoe je man wel elke dag een bezoekje aan hen mag brengen, voelen hoe dicht ze zijn, maar toch onbereikbaar. Maar die vrijdag voelde goed. Zowel mijn mama als ik hadden goede voorgevoelens over wat de hematoloog over mij zou zeggen.

We hadden een afspraak met de hematoloog om 14u. Met gemengde gevoelens betrad ik voor de eerste keer terug het gebouw waar ik al die tijd heb afgezien. Het gebouw waar ik in de diepe put ben gevallen waar ik nu stilaan aan het uitkruipen ben. De plaats waar ik de donkerste uren van mijn leven heb doorgebracht. De rillingen liepen me over de rug. Tegelijk was ik erg benieuwd naar hoe mijn soldaatjes het deden. Er werd bloed genomen. Het bloed ging in het supermachien. Het supermachien zei dat het goed was. Mijn lymfocyten staan op een goed niveau. Opgetogen gingen we het kamertje van de hematoloog binnen. Ze bevestigde wat ik al had gevoeld: mijn lichaam is goed aan het recupereren van de zware behandeling. Ze benadrukte dat de eerstkomende drie maanden nog precair zijn qua infecties. Ik moet de adviezen omtrent mijn dieet, hygiëne en het mijden van drukke plaatsen goed volhouden, maar het ziet er veelbelovend uit. Dat laatste heeft ze niet letterlijk gezegd, maar ik vind dat ze dat uitstraalde. Ze verwachtte deze resultaten wel omdat ik gestart ben met gezond beenmerg, als eerste patiënt op die afdeling. In andere gevallen van stamceltransplantatie gaat het meestal om bloedkankers. In de ogen van de hematologen ben ik volgens mij een kerngezond persoon. Of was dat in ieder geval, voor de chemo en het konijnenspul.

Al sinds 4 januari loop ik van de daken te schreeuwen dat de dag dat ik verlost zou worden van die verdomde katheter, de mooiste dag van mijn leven zou zijn. Het plaatsen van dat rotding had zoveel pijn gedaan en de weken daarna heb ik mij er zoveel zorgen over gemaakt, dat ik geobsedeerd was door dat ding. Ik zag de katheter als symbool van mijn behandeling. Tussen neus en lippen zei de hematoloog dat hij er vandaag uit mocht. Er was geen enkele reden meer om dat lichaamsvreemd voorwerp er langer in te laten zitten. Mijn mama en ik keken elkaar aan. Ongelooflijk! De dokter wist ons ook te vertellen dat er geen enkel probleem was om de kinderen te zien, zolang er niemand ziek is. We keken weer naar elkaar. Ongelofelijker! Ik heb gelijk gekregen. De dag waarop ik verlost werd van mijn katheter was de mooiste dag van mijn leven. Alleen bleek het niet vanwege de katheter te zijn.

Ik heb zelden een intenser moment met mijn meisjes beleefd dan het weerzien na 24 dagen. Hen zo zien komen aflopen naar mij, R. trots met haar letterkoffer en P. stil maar zo onstuimig innig… Het was vergelijkbaar met de gevoelens die ik had toen ze geboren werden. Dat is niet overdreven. Mijn meisjes werden voor een tweede keer aan mij gegeven. Gevoelens van dankbaarheid en opluchting overvielen mij. Ik denk dat er zelfs een paar tranen in mijn glas cava zijn gevallen. We zijn terug met 4. We zijn terug voltallig. Het leven ‘na’ is begonnen. We zijn er stevig ingevlogen. Een heel weekend moest ik met een timer werken. Ah ja, elk kind mag toch precies even lang op mama zitten/liggen/hangen. We hebben gezelschapsspelletjes gespeeld en ik heb de oudste meegenomen op mijn dagelijkse wandeling. Ik voelde mij een ander mens. Ik ben terug meer mezelf. Er is een stukje Annelies teruggegroeid. Het doet zoveel deugd om eindelijk eens hulp te geven in plaats van hulp te krijgen. Dat er eens iemand aan mij vraagt om haar te helpen aankleden in plaats van dat ik aan iemand moet vragen om mij te helpen aankleden. Ik voel me nodig. En dat voelt goed.

Zondagavond is er dan weer iets bijzonders gebeurd. Althans bijzonder voor mij. Ik heb de meisjes gewassen, verzorgd en in bed gestopt. Helemaal alleen. Dat was maanden geleden. Tijdens mijn behandeling kon ik dat uiteraard niet, maar ook de maanden ervoor, tijdens mijn opstoot, was ik te zwak om deze taken uit te voeren. 2 kleuters in de douche stoppen: een uitdaging voor een gezonde moeder, een onmogelijke opdracht voor een moeder met een opstoot. En nu heb ik niet alleen dat gedaan, maar ook hun neusjes gespoeld, tanden gepoetst, pamper aangedaan, gepuft, verhaaltje gelezen en toegestopt. Alles na elkaar en zonder te verpinken. We kunnen hier zonder meer van een overwinning spreken. Ik ben nog maar een dikke week thuis van het ziekenhuis en ik kan al zoveel meer dan voor mijn behandeling. Ik kan het haast niet geloven. Ik durf het haast niet geloven. Maar ik doe het wel. Ik voel wat ik voel. En daarbij, ik ben de woorden van Lucky Luke niet vergeten.

En zo sijpelen er elke dag meer en meer gewone dingen mijn leven binnen. Deze ochtend heb ik de meisjes zelf naar school gebracht. Helemaal tot aan de speelplaats. Alleen. Gewoon, zoals de andere moeders. Dit had ik 10 dagen geleden niet durven dromen. Mensen zeggen dat je met alles leert leven. Ik begin dat stilaan te geloven. Ik zal die afschuwelijke periode nooit vergeten, maar wel een plaats kunnen geven. De herinnering zal vervagen. De pijn zal verbleken. Zo is de mens geprogrammeerd. Dat is een overlevingsstrategie. Als traumatische gebeurtenissen blijven aanvoelen alsof het maar één dag geleden is, dan kan je gewoon niet verder. Dan stopt je leven. Ik verwonder me over de veerkracht van mijn lichaam. Maar nog veel meer verbaas ik me over de veerkracht van mijn geest. Weken heb ik me zo zwart gevoeld. Vaak was ik ervan overtuigd dat er iets fundamenteels veranderd was aan mij. Ik zou nooit meer zorgeloos en vreugdevol kunnen zijn. Nooit ten volle. Maar nu zie ik glimpen van dat doodgewone leven waar ik al 7 jaar van droom. Ik zie een leven voor me dat niet beheerst wordt door ziekenhuizen en dokters, maar door gewone dingen. Ik verlang naar de dag waarop mijn grootste zorg zal zijn ‘wat zullen we vandaag eten?’ Ik visualiseer. Ik zie mezelf spelen met mijn kinderen. Ik zie mezelf voor de klas staan. Ik zie mezelf van een berg skiën. Ik zie mezelf feesten met vrienden. Ik zie mezelf op een paard rijden. De wanhoop die nu al een hele tijd in mijn hart zit, ebt weg. Ik voel dat het kan. Ik kan de oude worden, met alle zorgeloosheid en vreugdevolheid die daarbij horen.

Bij deze wil ik iedereen die zich radeloos of hopeloos voelt een hart onder de riem steken. Alles gaat voorbij. Je weet het wel, maar je gelooft het niet. Omdat je het niet kan geloven. Omdat je zo diep zit. Omdat er een donkerte in je is geslopen die nooit meer lijkt weg te gaan. Als je jezelf niet kan geloven, geloof mij dan. Ik ben een ervaringsdeskundige. Alles gaat voorbij. Echt waar. En vaak sneller dan je denkt.

x

 

 

 

Share: