Welkom in de goednieuwsshow!

Mijn bloedwaarden zijn week na week beter en dat voel ik ook. Ik heb meer energie en kan dingen doen die ik voor de behandeling niet kon. Om u een beeld te geven, schets ik u een dag uit mijn leven. Afgelopen woensdag was mijn eerste test als nieuwe, actieve mama. De kinderen hadden pedagogische studiedag en ik zou voor de eerste keer sinds mijn thuiskomst een hele dag alleen voor hen zorgen. De avond voordien was ik om half 9 in mijn bed gekropen, kwestie van uitgerust aan de test te kunnen beginnen.

Opstaan, klaarmaken, ontbijten: dit zijn we al gewoon. Alles onder controle tot hiertoe. Daarna zijn we naar de bibliotheek gegaan. Op dit vroege uur was er nog geen kat, dus kon ik zonder besmettingsangst tussen de boekenrekken dwalen. De bibliothecaris heeft nog maar zelden iemand zo hard zien genieten in zijn bibliotheek. Al mijn emoties kwamen samen op die plaats, op dat moment. Voor de eerste keer durfde ik me in een publiek gebouw te begeven zonder mondmasker en zonder verlammende angst om besmet te worden. Bovendien was ik daar samen met onze meisjes en zag ik er al bij al uit als een gewone moeder die eventjes langs de bibliotheek passeert. Hoe kon die arme man nu weten dat hij getuige was van een enorme stap voorwaarts in mijn nieuw leven?

Nu ik van deze vrijheid had geproefd, wilde ik meer. Ik besloot mezelf eens in de watten te leggen. Onze tocht ging dus niet zoals gepland huiswaarts, maar richting Temse, naar de ‘paardenwinkel’. Nu ik me steeds beter voel, wordt mijn droom om terug paard te rijden stilaan tastbaar. Op de eerste mooie lentedag zal je me op een paardenrug kunnen vinden. Beloofd. Daarom wil ik voorbereid zijn. Ik kan toch niet rijden zonder spiksplinternieuwe handschoenen? Voor de tweede keer die dag betraden we dus een openbare plek. Weer datzelfde gevoel van euforie. Van onafhankelijkheid. Van onbevreesdheid.

Na de paardenwinkel hebben we een stop gemaakt bij mijn schoonouders. De meisjes waren hyperenthousiast. De paasklokken komen altijd ruim op tijd bij deze grootouders en strooien genereus hun lekkers uit – zonder twijfel het grootste voordeel van het hebben van een bakkerij. Met flink wat chocolade achter en tussen de kiezen reden we terug naar huis. Mijn energielevel was nog steeds ok en de dag was al half gepasseerd, dit ging goed! In de namiddag hebben we een grote paastekening gemaakt en kwam mijn allervriendin U. op bezoek. Moeiteloos combineerde ik het duwen van de schommel met het houden van een sprankelende conversatie. Grappen en grollen incluis. Beetje bij beetje voel ik me terug mezelf. We hebben de namiddag afgesloten bij mijn nichtje A., alwaar het nieuwe speeltuig uitgebreid getest werd. Ook daar was sprake van chocolade, maar dat is niet mijn punt.

Mijn punt is dat ik gewoon niet kan geloven dat ik dat kan, zo’n actieve dag beleven zonder daarvoor gestraft te worden de dag erna. Ik dacht dat dat niet meer voor mij was weggelegd. Vandaag ben ik precies vijf weken thuis en sta ik al verder dan verwacht. Mijn lichaam presteert eindelijk naar wens, de zenuwpijnen buiten beschouwing gelaten. Ook op mentaal vlak heb ik grote vooruitgang geboekt. Ik slaag er beter in om mijn gemoed niet te laten afhangen van mijn lichaam. Op slechtere dagen lukt het vaker om rustig te blijven en alles gewoon te laten passeren. Ik weet dat slechte en goede dagen elkaar zullen afwisselen, net zoals bij iedereen. (dat neemt niet weg dat ik me op een slechte dag gefrustreerd kan voelen, maar dat is dan ook weer oké)

Mijn zelfvertrouwen was samen met mijn immuunsysteem met de grond gelijk gemaakt. Nu klimmen beiden uit een diep dal. Stilaan geloof ik terug dat ik sterk ben. Dat ik eigenlijk altijd sterk ben geweest, juist in mijn zwakste momenten. Ik zou zo graag kunnen tijdreizen en naar de Annelies van december 2017 gaan, haar eens goed vastpakken, diep in haar ogen kijken en zeggen ‘Heb vertrouwen in jezelf. Alles komt goed. Je kan het.’ Daarna zou ik mijn biezen pakken en naar het Rome van de eerste eeuw v.C. reizen.

Mijn tijdreisidee kadert in een experiment dat ik sinds twee weken doe. De opdracht is simpel. Behandel jezelf zoals je een goede vriendin behandelt. Ik probeer de mildheid die ik voor anderen zo makkelijk kan opbrengen ook op mezelf toe te passen. Als er een goede vriendin tegen mij zegt ‘ik ben zo verdrietig omdat ik kaal ben. Ik vind mezelf echt lelijk’, dan zou ik niet zeggen ‘dat is toch het minste, wees eens blij dat al de rest zo goed gaat.’ Ik zou ook niet zeggen ‘dat groeit toch terug, dus wat is het probleem?’ of ‘je moet niet klagen, het is toch maar een kleine opoffering voor alles wat je ervoor in de plaats krijgt?’ Nee, dat zou ik haar allemaal niet zeggen. Ik zou haar verdriet niet ontkennen door het te minimaliseren. Ik zou begrip opbrengen voor haar kwetsbaar en hulpeloos gevoel. Ik zou lief zijn. Waarom zou ik dan niet lief kunnen zijn voor mezelf?

Lief zijn voor jezelf, je moet dat echt eens proberen.

x

 

Share: