Ik heb vrij snel na mijn ziekenhuisopname mijn yogalessen weer opgenomen. In het begin deed ik meer oefeningen niet mee dan wel, maar nu lukken de meeste poses al terug behoorlijk. Twee keer per week sta ik paraat, ook wanneer ik me pips voel. Ik vind lichaamsbeweging belangrijk. De hematoloog heeft ook gezegd dat regelmatig rustig bewegen mijn revalidatieproces goed doet. Uiteraard volg ik haar advies punctueel op. Ik ben een brave patiënte.

Het was nochtans geen liefde op het eerste gezicht tussen yoga en mij. Toen het duidelijk werd dat door de MS paardrijden niet meer haalbaar was en ik met veel pijn in het hart afscheid had genomen van mijn paard, ging ik op zoek naar een andere vorm van bewegen. Iets waarbij je je niet kan overzetten. Iets wat je op je eigen ritme kan doen. Iets wat niet competitief iets. Kortom: iets wat niet bij mijn persoonlijkheid past. Yoga dus. Een groot voordeel is dat je goed moet luisteren naar je lichaam. Als je niet met je neus tot aan je knie geraakt, dan geraak je niet met je neus tot aan je knie. Zo simpel is het. Ik ben wel gaan houden van de flow van een goede yogales. Wanneer ademhaling en beweging samenlopen, krijg je een harmonieus gevoel. Het werkt rustgevend. Je focus moet ook scherp zijn, anders lig je letterlijk in de knoop. Ik heb het mettertijd leren appreciëren.

Mijn mama is mijn trouwe sparringpartner. Zij moedigt me aan om te blijven bewegen en geeft zelf het goede voorbeeld. Ze slaat geen enkele les over. Deze week besloten we dat we wel klaar waren voor iets stevigers, dus we schreven ons in voor een BBB-les. We wisten dat we ons hiermee op glad ijs begaven, want we zijn beiden begiftigd met een groot doorzettingsvermogen, dat al eens durft omslaan in overdrijven. We houden ook beiden wel van een wedstrijdje, dus maken we er een sport van om de beste te zijn. We zijn dat door de yoga al wat afgeleerd, maar toch: de drang blijft. Dit alles indachtig, beloofden we elkaar om het rustig aan te doen en op tijd even te stoppen. Bovenal beloofden we dat we onszelf niet zouden vergelijken met de andere deelneemsters. Goede intenties te over dus. Aan onze zelfkennis zal het niet liggen. Nu nog de daad bij het woord voegen.

De avond van de fameuze BBB-les brak aan. Ik stond voor een vestimentair dilemma: zet ik iets op mijn hoofd of niet? Mijn haar mag dan wel aan het schieten zijn (EINDELIJK, HOERA!), het groeit heel ongelijkmatig en er zijn nog steeds kale plekken. Ik ben in de fase waarin ik twijfel of ik al shampoo zou gebruiken of dat dat ronduit een belachelijk idee is. Ons pasgeboren neefje, een wolk van een kind, heeft meer haar dan ik. Aan de ene kant voel ik me blootshoofds het meest vrij in mijn bewegingen. Thuis draag ik meestal niks op mijn hoofd, ook bij mensen die ik goed ken vliegt de muts snel uit. Daarbij komt nog dat zo’n mutsje of sjaaltje ook wel snel zweterig wordt. Niet handig voor een BBB-les dus. Aan de andere kant voel ik me helemaal niet sterk genoeg om mijn schraal begroeide schedel te tonen aan onbekenden. Stom eigenlijk, want de mening van onbekenden over mijn coupe chemo zou me niks moeten schelen, gesteld dat de BBB-mensen al een mening zouden hebben. Hoe komt het toch dat ik me zo schaam om hoe ik eruit zie? Omdat ik mezelf lelijk vind, zou het antwoord echt zo simpel zijn? Als dat zo is, dan zou ik mij ook moeten schamen bij mijn familie en vrienden. Dat is het dus niet. Het heeft dan puur met de blik van de onbekende ander te maken. Maar wat is daar dan mee? Ik denk echt dat niemand mij zou uitlachen of een rare opmerking zou geven. Dat is het niet. Het is ook niet dat ik niet wil spreken over mijn behandeling. Deze blog is daar bewijs van. Wat is het dan wel? Ik weet het niet. Maar ik durf niet. Punt.

Dus heb ik een soort van zweetbandsjaaltje van de crossfitter des huizes op mijn bol gezet en ben zo naar de les vertrokken. Er was een klein rondje van mijn maanvlakte te zien, maar ik nam me voor om helemaal achteraan te gaan staan, zodat niemand dat kon zien. Toen we daar aankwamen, wachtte ik mijn tuk af om gewichtjes en een step en een matje te nemen omdat ik nauw contact met vreemden nog steeds moet vermijden. Ik probeer steeds minstens een meter afstand te houden van onbekenden. Dat afwachten was echter helemaal geen strak plan. Wanneer ik alle benodigdheden had verzameld, was er natuurlijk geen plaats meer achteraan in de zaal. Ik belandde op de eerste rij. Helemaal vooraan, volledig blootgesteld aan alle blikken van de twee rijen vrouwen die achter me stonden. Ik voelde hun blikken prikken. Mijn onbedekt schijfje schedel brandde. Ik kon wel onder de grond kruipen van schaamte. Ik voelde me zo ongemakkelijk en bekeken dat ik wel kon beginnen wenen. Maar dat heb ik niet gedaan. Ik heb diep in mijn ogen gekeken, wat nogal makkelijk ging aangezien ik bijna tegen de spiegel stond, en heb mezelf herpakt. De les begon.

In het begin waren mijn bewegingen aarzelend, maar naarmate de les vorderde kon ik me meer smijten. De uptempo plaatjes hielpen goed. Een knipoog van mijn mama ook. We gaan ervoor. Natuurlijk kwam er niks in huis van dat rustig aan doen. We hebben allebei alles gegeven. Op een zeker moment moesten we een soort boksbewegingen maken met die gewichtjes in onze handen. Omdat ik zo dicht bij de spiegel stond, leek het alsof ik mezelf vuistjes gaf. Ik had er mijn plezier in. Narcissusgewijs stond ik daar te kijken naar mezelf. Een scène van tijdens mijn opname kwam in me op. Op dag +6 kwam de kinesiste mijn isolatiekamer binnen en samen met haar deed ik de allersimpelste oefeningetjes. Eén been opheffen. Terug neerzetten. Ander been opheffen. Dat niveau. Mijn schoonzusje N. heeft mij toen gefilmd en die beelden flitsten nu voor mijn ogen. Beelden van mezelf: kaal, vermagerd, grauw, zwak. Nu, 3 maanden later, sta ik hier gewoon te boksen dat het geen naam heeft. Die flashback overrompelde me zo dat ik terstond barstte van energie. Van vrolijkheid, dankbaarheid en trots. Ik ben trots op mezelf omdat ik het gedurfd heb, het ondergaan heb en kei hard mijn best heb gedaan om beter te worden. Ik ben trots op mijn parcours. Ik kom van ver en nu ben ik hier. Ik heb voor het eerst in zeven jaar hoop dat mijn toekomst beter zal zijn dan mijn verleden.

Ik rechtte mijn rug, stak mijn kin vooruit en heb heel de les niet meer aan mijn schrale schedel gedacht.

x

Share: