Na zeven vette jaren komen er zeven magere. Dat weet iedereen.

Vandaag ben ik dag op dag zeven jaar getrouwd met N. Deze morgen, toen ik onze meisjes had afgezet aan school, flashten beelden van de afgelopen zeven jaar voor mijn ogen. N. die met een snorkel op zoek gaat naar mijn trouwring, die ik verloren was tijdens een partijtje paletten in de branding aan de Australische kust. Zijn blije toot bij onze eerste positieve zwangerschapstest. Zijn woede uit onmacht bij mijn zoveelste opstoot. Zijn urenlange wandelingen door de living met onze pasgeboren slapeloze meisjes. De blik in zijn ogen wanneer ik de pot appelmoes niet openkreeg. Die keer dat we naar Pukkelpop gingen en alleen met ons twee hebben gedanst. Hoe hij het halve huis had veranderd toen ik terugkwam van mijn eerste chemo. Hoe hij elke avond vanuit de keuken roept ‘moet jij nog iets hebben?’ en vervolgens komt aandraven met een cola light, een plattekaasje, of whatever I want.

Die foto’s van ons leven flitsten aan een hoog tempo door mijn hoofd. Maar toen bleef ik hangen bij één dag. Een dag die als het ware een voorbode was voor de rest van ons leven. Alleen wisten we dat toen nog niet. Ik heb het over de dag van ons huwelijk. Even een schets in cijfers: we waren achttien maanden samen, we wisten negen maanden dat ik MS had, N. was 21, ik 25. Impulsief als we zijn, besloten we (natuurlijk heb ik hém gevraagd, wat had je gedacht?) te trouwen. 6 weken later was het al in kannen en kruiken. Iedereen sprong op de kar. Niets is immers zo tof als een onverwacht feestje. En dit was een min of meer onverwacht feestje. We hebben zelfs nooit officiële uitnodigingen gestuurd. Geen tijd.

Het werd een prachtige dag. Iedereen zal dat wel van zijn eigen trouwdag vinden, maar bij ons was het écht zo. Het was zo warm dat de bandjes van mijn trouwkleed in mijn huid gebruind waren. We trouwden in Antwerpen, alleen voor de wet. Er was veel volk, iedereen was blij. Ik had onmogelijke schoenen aan en de kasseien van de grote markt bemoeilijkten het elegant wandelen aanzienlijk. Mijn leerlingen kwamen in grote getale aan met balonnen en cadeautjes. N. was verlegen toen hij mij aan de voordeur van mijn ouderlijk huis kwam halen. Zo heb ik hem leren kennen en zo ben ik voor hem gevallen. Hij gaf toe dat hij een minuutje bang was geweest dat ik op het laatste moment zou afzeggen. Hij wist toen nog niet hoe graag ik hem zag.

Ik had besloten om die dag geen MS te hebben. Er werd niet over gesproken en ik zette mijn spuit voor één keertje niet. Ik deed alles mee: het officiële deel in het stadhuis (uiteraard), het diner, de fotoshoot (TIP: als je met je trouwkleed op een paard kruipt, doe dan géén zwarte onderbroek aan), de receptie en de fuif. Plaats van al deze feestelijkheden: de veldschuur op den hof bij mijn ouders. Om zo te trouwen op de plaats waar je bent opgegroeid, is een ongelooflijke ervaring. Bij deze: bedankt mama en papa, om ons het prachtigste huwelijkcadeau ever te geven. De mensen met hooikoorts waren wel minder content, maar het moet gezegd: het werd een legendarische dag en legendarischere avond.

Te beginnen met de grootste chocoladetaart die ik ooit al had gezien, gemaakt door mijn kersverse schoonvader. Om handen en voeten van af te likken, zo lekker. Mijn zussen en broer die iets supergoed in elkaar hadden gestoken zonder mijn hulp, ik had het nooit voor mogelijk gehouden. Kleine baby L., ons neefje, die op zeswekige leeftijd meereed in de limo. Dat was eens iets anders dan een saaie MaxiCosy. ’s Avonds kwam het hoogtepunt waar al heel de dag naartoe was geleefd: de fuif in de veldschuur. Ik zie de vrienden van N. -hun zelfverklaarde aanspreektitel is “the boys van ’89”- nog zo van de parking op de wei naar de veldschuur komen. Allemaal tegelijk, strak in het pak, met een uit de kluiten gewassen BBQtoestel als cadeau. Ik herinner me N., die niet wist waar kijken van blijheid. Het ongemakkelijk geschuifel tijdens de openingsdans. Op de foto’s en films later zag ik dat onze beide ouders met tranen in de ogen hadden staan kijken. Zij wisten al wat een afwisselend en niet noodzakelijk in deze volgorde geweldig, moeilijk, saai, zalig, verschrikkelijk, mooi avontuur ons te wachten stond.

Wij niet. Wij waren in het moment en dachten niet aan de toekomst. Gedanst! Gedronken! Gelachen! De herinnering aan de ode van mijn middelbare vrienden en bijhorend dansje bezorgt me nog vaak vreugdevonken. Mijn jongste zus ving het bruidsboeket en slaagde erin om mijn andere zus op afstand te houden. De soepele dans die nonkel D. met mijn vriendin C. deed op de tonen van Michael Jackson staat in ieders geheugen gegrift. Mijn broer W. die -zoals we van hem gewoon zijn- bedrijvig afwisselde tussen dansen, nachtelijke escapades met zwierige meisjes op zijn paard en het aanvullen van de drank in de frigo’s. Onze grootouders die met elkaar dansten op een manier die wij nooit geleerd hebben.

Rond een uur of twee ’s nachts besloot mijn lichaam niet meer mee te doen aan de farce. Mijn vader installeerde me in een tuinstoel met een dekentje in de veldschuur. Ik aanschouwde de feestende mensen vanuit mijn horizontale positie. Ik kan me nu nog glashelder de pijn herinneren die ik toen voelde. Ik wilde meedoen, maar ik kon niet. Het lichaam zei nee. Dat was de eerste keer dat ik zo scherp aanvoelde dat ik niet zoals de meeste van mijn leeftijdsgenoten was. Ik was ziek. Ik kon niet meedoen. Ik, die zo graag leef en -laat ons nu eerlijk zijn- graag in de aandacht sta, werd gereduceerd tot een toeschouwer. Pijnlijk.

De jaren die volgden waren wel vet in een bepaald opzicht: MS buiten beschouwing gelaten, hebben we al een droomleven gehad en zijn we gezegend met een fantastische familie en twee schatten van dochters. We hebben ook hele fijne dingen gedaan, zeker weten. Maar altijd is ons leven overschaduwd door de MS. Het is voor een jong koppel met kleine kinderen sowieso al een uitdaging om elkaar niet te verliezen, laat staan wanneer je er een ongenode gast zoals MS bijkrijgt. Ik moet u niet vertellen hoe radeloos, bang en boos we beiden zijn geweest, en vaak nog zijn. Niemand wist toen, zeven jaar geleden, welke immense hindernissen ons te wachten stonden, en maar goed ook. We zouden misschien niet durven starten.

N. heeft die trouwring trouwens teruggevonden, net zoals hij mij keer op keer heeft teruggevonden wanneer ik verzoop in de drassigheid van MS. Hij heeft me teruggevonden wanneer ik kwaad was, verdrietig, kapot, euforisch, onrealistisch of onuitstaanbaar.

Hij is nooit gestopt me te blijven zoeken.

x

Share: